Accounting

Uitstel van betaling diverse belastingen

Ondernemers kunnen bijzonder uitstel van betaling kunnen krijgen voor diverse belastingen. De voorwaarden voor het aanvragen van bijzonder uitstel van betaling zijn wegens de coronacrisis versoepeld. Aanvankelijk alleen voor vier soorten, maar de lijst is later uitgebreid.

Belastingsoorten
Het versoepelde uitstel geldt voor de volgende belastingen en heffingen:

  • inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen;
  • loonheffingen;
  • vennootschapsbelasting;
  • omzetbelasting (btw);
  • kansspelbelasting;
  • assurantiebelasting;
  • verhuurderheffing;
  • milieubelastingen (energiebelasting/opslag duurzame energie- en klimaattransitie, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater);
  • accijns (minerale oliën, alcohol en tabak);
  • verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken;
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
  • BPM voor vergunninghouders (vanaf tijdvak mei 2020).

De dividendbelasting is expliciet uitgezonderd van het versoepelde uitstelbeleid, omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt. Het kabinet roept bedrijven op voorlopig geen dividenden uit te keren. Ook zijn de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer uitgezonderd.

Na ontvangst (naheffings)aanslag
Iedere ondernemer die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen komt in aanmerking voor uitstel van betaling van zijn belastingschuld. Uitstel kan worden aangevraagd nadat aangifte is gedaan en een (naheffings)aanslag is ontvangen.

Een verzoek om uitstel van betaling dat gedaan wordt vóórdat er een (naheffings)aanslag is opgelegd, kan de Belastingdienst niet in behandeling nemen en moet opnieuw worden ingediend. Maar voor een vijftal belastingsoorten hoeft niet per belastingsoort een aanslag te zijn ontvangen, dan volstaat één belastingaanslag.

De ondernemer geeft per belastingsoort aan of hij uitstel van betaling wil. Behalve voor de inkomstenbelasting, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw). Voor deze vijf kan in één keer tegelijk uitstel van betaling worden aangevraagd. Wachten totdat voor alle vijf aanslagen zijn opgelegd is niet nodig, één aanslag is voldoende. De ondernemer kan desgewenst een ontvangen belastingaanslag betalen, als hij het uitstel niet nodig heeft.

Ontvangt de ondernemer een aanslag voor een belastingsoort waarvoor hij nog geen uitstel heeft aangevraagd, dan moet voor die belastingaanslag nog wel apart uitstel worden gevraagd.

Per online formulier of brief
Het uitstel kan zowel met een online formulier als per brief worden aangevraagd.

Online
De onlinemogelijkheid staat alleen open voor uitstelverzoeken van maximaal drie maanden. Het online formulier ‘Verzoek bijzonder uitstel van betaling voor 3 maanden’ staat op de website van de Belastingdienst. De toegang is beveiligd met DigiD. Ook als de onderneming een rechtspersoon is moet het DigiD (van een werknemer of fiscaal dienstverlener) gebruikt worden. Het Digid gebruikt de Belastingdienst alleen voor de toegang, het wordt verder niet opgeslagen.

Schriftelijk
Het verzoek om uitstel van betaling kan ook schriftelijk worden ingediend door een brief te sturen naar:

Belastingdienst
Postbus 100
6400 AC Heerlen

Betalingsuitstel
Vanaf het moment dat de ondernemer zich meldt, wordt de invordering van zijn belastingschulden voor de aangevraagde belastingen direct stopgezet, voor de termijn dat de ondernemer in zijn verzoek heeft gedaan. Dat geldt ook voor belastingschulden die al zijn ontstaan voordat de coronacrisis uitbrak. De inhoudelijke beoordeling door de Belastingdienst van het verzoek vindt pas na drie maanden plaats. Dat betekent dat de ondernemer feitelijk meteen uitstel van betaling krijgt.

Het verzoek hoeft ook maar eenmalig te worden gedaan. Het uitstel geldt voor reeds opgelegde aanslagen vanaf de dagtekening van het verzoek om uitstel van betaling en alle nog op te leggen aanslagen in de daaropvolgende maanden dat het betalingsuitstel geldt. Daarnaast geldt het uitstel totdat de Belastingdienst op het uitstelverzoek beslist.

Langer dan drie maanden
Mogelijk is uitstel van betaling voor drie maanden voor ondernemers nog te kort. Ondernemers kunnen ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. Dit verzoek kan niet online worden gedaan, maar moet schriftelijk worden ingediend. De ondernemer kan om deze langere uitsteltermijn vragen in zijn eerste verzoek om uitstel of kan hier binnen de periode van drie maanden na zijn eerste uitstelverzoek alsnog om vragen.

Bij het verzoek moet de ondernemer de omstandigheden aangeven waardoor zijn onderneming door de coronacrisis is getroffen en langer uitstel noodzakelijk is. Bijvoorbeeld omdat de omzetcijfers, opdrachten, bestellingen of reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden. Ook kan hij aan de hand van recente jaarstukken aannemelijk maken dat zijn onderneming voorafgaand aan de coronacrisis levensvatbaar was. Deze gegevens moet de ondernemer binnen de periode van drie maanden aanleveren. Ook moet voor de belastingschuld waar uitstel voor wordt gevraagd voldaan zijn aan de aangifteplicht.

Verbod op dividend, bonussen en inkoop eigen aandelen
Bij een uitstel van langer dan drie maanden moet de ondernemer verklaren dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.

Onder bonussen worden mede begrepen winstuitdelingen en andere betalingen die kenmerken van bonussen hebben. Deze voorwaarde ziet niet op bonussen, dividenden en aandelen waarvan de uitbetaling en inkoop na het uitstelverzoek plaatsvindt, maar de daaraan ten grondslag liggende beslissing in 2019 is genomen.

Totale belastingschuld tot € 20.000
Als de totale belastingschuld op het moment dat de Belastingdienst het uitstelverzoek ontvangt lager is dan € 20.000, volstaat het schriftelijke verzoek. Een verklaring van een zogenoemde derde-deskundige is niet nodig.

Totale belastingschuld vanaf € 20.000
Bij een totale belastingschuld vanaf € 20.000 moet wel een verklaring van een derde-deskundige worden overgelegd. De derde-deskundige moet verklaren dat het aannemelijk is dat de financiële problemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.

Een derde-deskundige is bijvoorbeeld een externe consultant, een externe financier, een branche-organisatie of de belastingadviseur of accountant van de ondernemer. Het mag niet iemand uit de eigen onderneming zijn of een persoon die (objectief bezien) deskundigheid mist.

De verklaring van de derde-deskundige is vormvrij en moet inhoudelijk in ieder geval de volgende elementen bevatten:

  • Een verklaring dat aannemelijk is dat er sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek om uitstel of naar verwachting op korte termijn daarna. Bij “korte termijn” valt te denken aan de periode waarin de coronabeperkingen van het kabinet voor desbetreffende ondernemer gelden (bijvoorbeeld sluiting van de horeca, sportaccommodaties en het verbod op evenementen).
  • Een verklaring dat aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.
  • Een liquiditeitsprognose die volgens de derde-deskundige plausibel is. Deze prognose is opgesteld aan de hand van de feiten en omstandigheden die op het moment van het indienen van het verzoek om uitstel van betaling bekend zijn.
  • In de toelichting bij de verklaring geeft de derde-deskundige aan welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt, zo nodig voorzien van een nadere toelichting. Een zogenoemde assuranceverklaring die aangeeft dat de ondernemer voldoet aan de voorwaarden is niet vereist.

Tussentijdse aflossingen
Gedurende het uitstel kan de Belastingdienst om tussentijdse aflossingen vragen als de liquiditeitspositie van de ondernemer dat toelaat.

Geen boete
De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, zodat behandeltijden kunnen oplopen indien veel verzoeken binnenkomen. Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd automatisch de verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. Het gaat om betalingsverzuimen begaan in de periode van 12 maart 2020 tot aan de datum dat het bijzonder uitstel van betaling eindigt.

Ondernemers hoeven de boete dus niet te betalen en ook geen bezwaarschrift tegen de boete in te dienen, als zij toch een belastingaanslag met boete ontvangen. De boete wordt ambtshalve door de Belastingdienst vernietigd.

Het komt echter ook voor dat ondernemers niet tijdig hebben kunnen betalen door de coronacrisis, maar dat hun financiële positie tegen de tijd dat zij de naheffingsaanslag ontvangen zodanig is verbeterd dat zij op dat moment geen nader uitstel van betaling meer nodig hebben en dus ook niet officieel uitstel van betaling hoeven aan te vragen. De Belastingdienst vernietigt ook in die gevallen de betalingsverzuimboete, mits de ondernemer de naheffingsaanslag tijdig betaalt. Bezwaar maken tegen de betalingsverzuimboete is niet nodig.

Schriftelijke ontvangstbevestiging
De Belastingdienst stuurt na ontvangst van het uitstelverzoek een schriftelijke ontvangstbevestiging. De belastingschuldige ontvangt maar één ontvangstbevestiging, ook als het uitstelverzoek bedoeld is voor meerdere aanslagen. Door de oplopende behandeltijden kan verzending enige tijd op zich laten wachten.

Melding betalingsonmacht
De Belastingdienst heeft het beleid omtrent de melding betalingsonmacht gewijzigd. Doet iemand – in zijn functie als bestuurder van een commerciële onderneming die een rechtspersoon is en onder de vennootschapsbelasting valt – het uitstelverzoek voor loonheffingen en/of omzetbelasting (btw), dan beschouwt de Belastingdienst het uitstelverzoek ook als een tijdige melding betalingsonmacht. De melding wordt bovendien rechtsgeldig geacht, tenzij achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.

De melding hoeft dus niet meer afzonderlijk te worden gedaan. Het nieuwe beleid geldt voor aangiftetijdvakken die eindigen na 1 februari 2020. De Belastingdienst beoordeelt de melding betalingsonmacht en koppelt daarover apart terug.

Samenloop met andere uitstel
De Belastingdienst beoordeelt het verzoek om bijzonder uitstel van betaling los van een reeds eerder verleend verzoek of tegelijkertijd lopend verzoek om uitstel van betaling op andere gronden.

Geen verrekening
Gedurende de periode dat het bijzondere uitstel van betaling loopt verrekent de Belastingdienst geen belastingteruggaven met de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend. Er wordt wel verrekend als de ondernemer hierom verzoekt of de belangen van de Staat worden geschaad. Rechten bij invoer worden wel verrekend.

Geen uitstel
De Belastingdienst verleent geen bijzonder uitstel van betaling en trekt een verleend bijzonder uitstel van betaling weer in als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten. Dit is onder meer het geval als gevreesd wordt voor misbruik van de situatie waardoor verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.

Verlenging verkregen uitstel
Als het verkregen uitstel voor drie maanden binnenkort afloopt en de ondernemer heeft behoefte aan verlenging, dan dient hij dat apart aan te vragen. De Belastingdienst wil graag dat dat verzoek met een online formulier wordt gedaan. Vanaf 29 juni 2020 is dat beschikbaar. Een schriftelijk verzoek is wel mogelijk, maar voor zowel voor de ondernemer als de Belastingdienst veel bewerkelijker.

Een door de Belastingdienst verleende verlenging geldt totdat de Belastingdienst dit intrekt. Verlengd uitstel wordt in ieder geval niet eerder ingetrokken dan 1 oktober 2020.

Intrekking uitstel
Het verleende bijzondere uitstel van betaling heeft een tijdelijk karakter. De Belastingdienst trekt het in zodra de omstandigheden dit mogelijk maken. Dit kan het geval zijn als het kabinet de beperkingen opheft voor de branche waarin de ondernemer verkeert. Intrekking voor 1 oktober 2020 is in ieder geval niet aan de orde.

Vanaf de intrekking van het uitstel moeten lopende fiscale verplichtingen, zoals de afdracht van omzetbelasting en loonheffingen, weer worden nagekomen.

Voor intrekking krijgt de ondernemer de gelegenheid om een passende betalingsregeling af te sluiten die niet gebonden is aan een maximumtermijn of aan andere eisen die in het reguliere uitstelbeleid worden gesteld.

Vormgeving betalingsregeling
Het kabinet is zich aan het beraden over het op een verantwoorde manier intrekken van het uitstel van betaling en voor de vormgeving van de betalingsregeling.

Bij de vormgeving van de betalingsregeling gelden drie criteria:

  • De betalingsregeling moet zodanig worden vormgeven dat het realistisch is dat ondernemers hun openstaande belastingschulden daadwerkelijk kunnen betalen binnen de gestelde termijn. Het doel van het uitstel van betaling is immers ondernemers overeind te houden. Bovendien zijn de belastingopbrengsten ook niet gebaat bij faillissementen van ondernemers.
  • De betalingsregeling moet passend zijn bij de situatie van de ondernemer. De verscheidenheid tussen ondernemers is immers groot en het kabinet wil daar rekening mee houden.
  • De betalingsregeling moet uitvoerbaar zijn door de Belastingdienst.

Het kabinet zet in op een betalingsregeling per sector, om zoveel mogelijk te bewerkstelligen dat ook ondernemers in de zwaarst getroffen sectoren een realistische betalingsregeling kunnen krijgen.

Tot 1 oktober 2020
Het versoepelde uitstelbeleid gold aanvankelijk tot 19 juni 2020. Maar het kabinet heeft op 28 mei 2020 deze einddatum verschoven naar 1 oktober 2020.

Bron: brief kabinet noodpakket banen en economie 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147 (V-N 2020/15.3); brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 19-3-2020, ongenummerd (V-N 2020/15.4); brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 2-4-2020, nr. 2020-0000066195 (V-N 2020/17.4); brief kabinet noodpakket 2.0 20-5-2020, nr. CE-AEP/20148518; brief kabinet noodpakket 2.0 28-5-2020, nr. 2020-0000074009; brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 15-6-2020, nr. 2020-0000101400; Besluit noodmaatregelen coronacrisis 16-6-2020, nr. 2020-12560, Stcrt. 2020, 33211; brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 18-6-2020, nr. 2020-0000114685; Belastingdienst
Terug naar vorige pagina