Fiscaal

Belastingplan 2021

Op Prinsjesdag, 15 september 2020, presenteert het kabinet het Belastingplan 2021. Met enerzijds de aanstaande verkiezingen in het vooruitzicht, en anderzijds de effecten van de coronacrisis op de burger, het bedrijfsleven en de staatskas, zal blijken met welke fiscale wijzigingen Nederland rekening moet houden. In aanloop naar deze derde dinsdag van september delen wij de te verwachten fiscale wijzigingen en onze eerste inzichten.

Verwachte wijzigingen voor de ondernemer

De te verwachten belangrijkste wijzigingen voor de ondernemer in één overzicht.

 

Verdere renteaftrekbeperkingen bij vreemd vermogen

Het kabinet stelde vorig jaar al een maximum aan renteaftrekmogelijkheden. De staatssecretaris van Financiën gaat dit jaar nog een stap verder om ondernemers te ontmoedigen grote schulden aan te gaan die zij in economisch zware tijden – zoals de coronacrisis – niet meer kunnen dragen. Hoe de verdere renteaftrekbeperkingen eruit gaan zien, wordt waarschijnlijk met Prinsjesdag bekend. Wij vinden het belangrijk dat leningen economisch verantwoord blijven, maar onderschrijven ook het belang van het behoud van renteaftrekmogelijkheden voor bedrijven. Sinds 2018 is de wet- en regelgeving rondom dit onderwerp vereenvoudigd. Een nieuwe renteaftrekbeperking zou het stelsel mogelijk weer complexer maken.

Fiscale coronareserve

Om bedrijven te helpen in de coronacrisis, is in mei al de zogenoemde fiscale coronareserve (FCR) aangekondigd. Dankzij deze maatregel krijgen vennootschapsbelastingplichtige ondernemers eenmalig de mogelijkheid om (een deel van) het verwachte verlies als gevolg van de coronacrisis over 2020 alvast te verrekenen met de vennootschapsbelasting over 2019. Dit komt de liquiditeitspositie ten goede omdat het verwachte verlies in 2020 de winst over 2019 verlaagt en daarmee ook de verschuldigde vennootschapsbelasting lager uitvalt. De FCR bedraagt maximaal de winst over 2019 zonder de FCR. Het is dus niet mogelijk om meer (te verwachten) verlies te verrekenen dan de winst in 2019.

Hoewel er al veel bekend is over de FCR, zal het wetsvoorstel pas met Prinsjesdag gepresenteerd worden. De grote vraag is vooral: wanneer is een verlies een coronaverlies? Wij hopen dat hierover meer duidelijkheid komt. Ondernemers die al aangifte hebben gedaan over 2019 kunnen daar nog een correctie op doorvoeren als blijkt dat er al dan niet sprake is van een coronaverlies.

Tijdelijke verruiming vrije ruimte WKR teruggeschroefd

Om werkgevers tegemoet te komen vanwege de coronacrisis, is de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) in 2020 tijdelijk verruimd van 1,7% naar 3% over de eerste 400.000 euro van de totale loonsom. Boven de 400.000 euro bleef de vrije ruimte op 1,2%. De verwachting is dat met Prinsjesdag wordt aangekondigd dat de vrijstelling tot 400.000 euro vanaf 2021 weer teruggaat naar 1,7%.

Met de wetenschap dat de vrije ruimte vanaf 2021 waarschijnlijk weer wordt teruggeschroefd naar het oude niveau, adviseren wij werkgevers goed te kijken in hoeverre zij nog dit jaar gebruik kunnen maken van de extra vrije ruimte binnen de WKR.

Wel of geen verlaging van het vennootschapsbelastingtarief?

Om ervoor te zorgen dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsland zou blijven, werd in 2018 aangekondigd dat de Vpb-tarieven de komende jaren aanzienlijk zouden worden verlaagd. De grondslag waarover de Vpb wordt geheven, werd verbreed. Het Vpb-tarief werd in 2019 19% voor winsten tot 200.000 euro en 25% voor de winst vanaf dit bedrag. Daarna zouden de tarieven verder dalen naar respectievelijk 16,5% en 22,55% in 2020 en respectievelijk 15% en 20,5% in 2021. Ondanks de goede voornemens pakte de verlaging in 2020 niet helemaal uit zoals gepland. Het hoge tarief bleef 25%. Bij nader inzien koos het kabinet toch voor een lastenverlichting voor burgers in plaats van verdere verlaging van de Vpb.

Op Prinsjesdag worden de nieuwe Vpb-tarieven voor 2021 bekendgemaakt. Volgens ons is het zeer waarschijnlijk dat de verdere verlaging ook in 2021 vanwege de coronacrisis niet zal doorgaan.

Innovatiebox minder aantrekkelijk

De innovatiebox is een fiscaal voordeel in de vennootschapsbelasting voor winsten die voortkomen uit innovatie. Als bedrijven aan alle voorwaarden voldoen en winst maken met een bepaalde innovatieve activiteit, dan hoeven zij over deze winst minder vennootschapsbelasting te betalen. Dat tarief is nu 7%, maar gaat in 2021 naar 9%. Voor ondernemers die nu gebruikmaken van de innovatiebox is het interessant om nog dit jaar te profiteren van het lagere tarief.

Tussentijdse oplossing box 3 geeft lucht

Vermogen in box 3 (bijvoorbeeld spaargeld, aandelen of een tweede woning) wordt sinds 2001 belast op basis van een fictief rendement. Het fictieve rendement wordt hoger naarmate er meer vermogen is. In werkelijkheid zijn de rendementen al sinds enige tijd vaak een stuk lager. Dat betekent dat belastingplichtigen belasting moeten betalen over een hoger inkomen uit het vermogen dan het rendement dat feitelijk wordt behaald. Het kan zelfs voorkomen dat meer box-3-heffing is verschuldigd dan dat aan rendement is ontvangen. Dat effect van box 3 wordt als onrechtvaardig ervaren. In de loop van de jaren zijn daarom veel procedures aangespannen tegen de fictieve vermogensrendementsheffing. Deze procedures gaan veelal over de vraag of de heffing in strijd is met het recht op ongestoord genot van eigendom in de zin van het Europese verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Tot dusverre heeft de Hoge Raad box 3 niet ongeldig verklaard, maar uit die rechtspraak blijkt wel dat er flinke spanning is met het EVRM.

Een eerder plan van de voormalige staatssecretaris om de box 3-heffing aan te passen, stuitte op veel bezwaren. De huidige staatssecretaris van Financiën heeft het plan van zijn voorganger onlangs van tafel geveegd. Hij kondigt op korte termijn een ‘simpeler’ tussentijds voorstel aan en wordt er gezocht naar een oplossing voor de lange termijn.

Wat ons betreft, kan de invoering van een alternatief systeem op basis van werkelijk (spaar)rendement niet snel genoeg gebeuren. Een tussenoplossing door het flink oprekken van het heffingsvrij vermogen biedt relatieve rust en duidelijkheid op de korte termijn, maar Wij vinden dat het anno 2020 toch mogelijk moet zijn om belasting te heffen over het werkelijk behaalde rendement op het vermogen.

Verduidelijken afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk publieke kennisinstellingen

De S&O-afdrachtvermindering is gericht op het stimuleren van speur- en ontwikkelingswerk door private bedrijven. Tot en met 2014 konden publieke kennisinstellingen voor S&O-afdrachtvermindering in aanmerking komen als zij speur- en ontwikkelingswerk verrichten in opdracht en voor rekening van een onderneming of een samenwerkingsverband van ondernemingen. Met ingang van 2015 is deze mogelijkheid vervallen.

Publieke kennisinstellingen kunnen echter ook zelf een onderneming drijven en als zij speur- en ontwikkelingswerk verrichten in aanmerking komen voor S&O-afdrachtvermindering.

Het kabinet heeft aangegeven nadere verduidelijking in deze regelgeving aan te brengen in het Belastingplan 2021.

Verduidelijken kleinschaligheidsaftrek

Een ondernemer die investeert in een bedrijfsmiddel heeft recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek; een percentage van het investeringsbedrag is aftrekbaar van de winst. Eerder dit jaar is geprocedeerd over deze aftrek binnen samenwerkingsverbanden (VOF, maatschap, CV). Uiteindelijk heeft de Hoge Raad op 1 mei 2020 duidelijkheid gegeven op welke wijze deze aftrek moet worden berekend binnen samenwerkingsverbanden.
In het Belastingplan 2021 zal deze regeling nader verduidelijkt worden.

Verhoging tarief aanmerkelijk belang

In het Belastingplan 2019 is aangekondigd dat het aanmerkelijk belangtarief (AB-tarief,  tarief dat inkomsten uit aanmerkelijk belang – dit ontstaat als een belastingplichtige ten minste 5% van het aandelenkapitaal van een vennootschap of coöperatie bezit – belast) geleidelijk zal stijgen. Dit hangt samen met de verlaging van het vennootschapsbelastingtarief. Voor 2021 zal het AB-tarief stijgen van 26,25% naar 26,9 %.

Verlaging tarief aantal aftrekposten in inkomstenbelasting

In het Belastingplan 2019 is opgenomen dat het aftrektarief van een aantal aftrekposten in de inkomstenbelasting stapsgewijs zal worden verlaagd. De belangrijkste hiervan is de eigenwoningrenteaftrek. De andere aftrekposten die hier onder vallen zijn:

  • de ondernemersaftrek (o.a. zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek, S&O-aftrek);
  • de MKB-winstvrijstelling;
  • de terbeschikkingsstellingsvrijstelling;
  • persoonsgebonden aftrekposten (o.a. alimentatie, specifieke zorgkosten, giften).

Per 2021 is het percentage waartegen deze posten aftrekbaar zijn nog 43% (nu 46%). Verdere daling zal plaatsvinden in 2022 en 2023.

Doenvermogentoets voortaan in wetgeving

In 2017 heeft Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid geconstateerd dat veel belastingplichtigen slechts beperkt in staat zijn om een plan te maken, in actie te komen, vol te houden en (herhaaldelijk) om te gaan met verleidingen en tegenslagen bij fiscale regelgeving. Dat ligt niet alleen aan die burgers maar vaak ook aan de veelheid en complexiteit van de regelgeving. Bij fiscale wijzigingen wordt het nodige van hen verwacht. Volgens de staatssecretaris van Financiën mag dit ‘Doenvermogen’ niet onderbelicht blijven. Volgens hem moet het doenvermogen een integraal onderdeel van het proces dat uiteindelijk leidt tot uitvoering van wet- en regelgeving worden. Dit proces zal bestaan uit het opstellen van beleid en wetgeving volgens het Integraal Afwegingskader (IAK), het opstellen van een uitvoeringstoets waarin de interactie tussen burgers, bedrijven en de wetgever wordt meegewogen en het gebruiken van gedragsinzichten of de maatregel een positief of negatief effect heeft op het doenvermogen van burgers.

In dit kader wordt een toolbox Doenvermogen ontwikkeld en gebruikt. In het pakket Belastingplan 2021 wordt hier een eerste start mee gemaakt. Wat ons betreft voor alle belastingplichtigen een positieve ontwikkeling.

Heffingsmoment van aandelenoptierechten startups

Indien werkgevers aandelenoptierechten aan werknemers toekennen, vormt het met dit optierecht behaalde voordeel loon op het moment dat het recht wordt uitgeoefend. Sinds 2018 bestaat er een speciale regeling voor aandelenoptierechten toegekend aan innovatieve starters. Kort gezegd komt het er binnen deze regeling op neer dat tot maximaal € 50.000 van het voordeel verkregen bij de uitoefening van deze optie(s) slechts voor 75% als loon wordt aangemerkt. Kenmerk van de huidige regeling is dat belasting verschuldigd is op het moment van uitoefenen van het optierecht (en dus verkrijging van de aandelen). Echter, op dat moment is niet altijd voldoende liquiditeit bij de werknemer aanwezig om de verschuldigde belasting te voldoen.

Het doel van het kabinet is om de regeling aan te passen, waarbij het moment van belastingheffing wordt verplaatst naar het moment van vervreemding van de aandelen die met de aandelenopties zijn verkregen. Dit zou er volgens het kabinet toe moeten leiden dat het aantrekkelijker wordt om voor startups of scale-ups te gaan werken. De aangepaste regeling zal worden opgenomen in het Belastingplan en naar verwachting op 1 januari 2021 inwerkingtreden.

Relevante fiscale onderwerpen rondom Prinsjesdag

Liquidatieverliesregeling

Volgens de geldende regeling kan een Nederlands bedrijf het verlies op een buitenlandse dochtermaatschappij – binnen bepaalde voorwaarden – verrekenen met de binnenlandse winst. Dit heet de liquidatieverliesregeling. Grote multinationals gebruiken deze regeling om risicovolle projecten in het buitenland in onder te brengen. Als het project slaagt, is de winst niet in Nederland belast vanwege de deelnemingsvrijstelling. Als het een financiële strop blijkt, kan gebruik worden gemaakt van de liquidatieverliesregeling. Het kabinet is voornemens om de liquiditeitsverliesregeling binnen afzienbare tijd te beperken. Een wetsvoorstel hiertoe wordt nog in de zomer van 2020 verwacht. Dit wetsvoorstel wordt los van het Belastingplan 2021 behandeld, maar heeft gevolgen voor het Nederlandse belastingklimaat en staat daardoor in verband met de wijzigingen uit het Belastingplan.

Excessief lenen

Veel aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (5% of meer) in een vennootschap – meestal een bv – lenen geld van de eigen vennootschap. Op Prinsjesdag 2018 was al aangekondigd dat er een maatregel zou komen die ‘excessief’ lenen van de eigen vennootschap tegen moet gaan. Recent is het wetsvoorstel in dit kader naar de Tweede Kamer gegaan. Vanwege de coronacrisis heeft het kabinet besloten de invoering een jaar uit te stellen. De nieuwe regeling moet op 1 januari 2023 ingaan. Dit wetsvoorstel wordt los van het Belastingplan 2021 behandeld, maar heeft gevolgen voor het Nederlandse belastingklimaat en staat daardoor in verband met de wijzigingen uit het Belastingplan.

Bronnen: Brief Staatssecretaris van Financiën, 9 juli 2020, nr. 2020-0000129249, Brief Staatssecretaris van Financiën, 26 juni 2020, 2020-0000121324 en Brief Staatssecretaris van Financiën, 19 mei 2020.

Terug naar vorige pagina